Een API laat software gericht iets opvragen of uitvoeren
Een workflow kan via een API klantdata ophalen, een record bijwerken of een actie starten. De aanroep gebeurt wanneer de workflow beslist dat die nodig is.
Een API is meestal request-driven: jouw workflow vraagt data op of voert een actie uit wanneer dat nodig is. Een webhook is event-driven: het bronsysteem meldt uit zichzelf dat er iets veranderd is. In veel integraties werken beide samen: een webhook meldt “order aangepast”, waarna de workflow via de API de volledige actuele order ophaalt.
Een webhook meldt dat er iets gebeurd is
Bij een webhook stuurt het bronsysteem automatisch een bericht zodra een gebeurtenis plaatsvindt, bijvoorbeeld een nieuwe bestelling of gewijzigde status.
Webhooks moeten behandeld worden als onbetrouwbare bezorging, niet als perfecte eenmalige berichten. Providers kunnen events opnieuw sturen, vertraagd afleveren of buiten volgorde aanleveren. Daarom zijn event-ID’s, timestamps, idempotency en eventueel het opnieuw ophalen van actuele brondata belangrijk.
Betrouwbaarheid vraagt meer dan een verbinding
Retries, idempotency, authenticatie, timeouts en duidelijke foutpaden bepalen of een integratie in productie betrouwbaar blijft.
API-calls vragen op hun beurt aandacht voor authenticatie, rate limits, time-outs en foutcodes. Een integratie is dus meer dan “systeem A kan systeem B bereiken”. De echte kwaliteit zit in wat er gebeurt wanneer de verbinding tijdelijk niet werkt, een token verloopt of de bron een onverwachte response teruggeeft.